Beleggingsfilosofie
- Langdurig beter presterende ondernemingen
- Ondernemingswaardering
- Portefeuillesamenstelling
- Time at Work
Diversificatie, een 'Free Lunch'
Diversificatie, de enige ‘Free Lunch’op de financiële markten.
Pas in 1952 dacht iemand eraan dat risico met een getal zou kunnen worden aangeduid. In juni 1952 verscheen in Journal of Finance een artikel van de hand van een onbekende 25-jarige pas afgestudeerde student van de University of Chicago. De titel van de paper was ‘Portfolio Selection’, en hij was getekend Harry Markowitz. Zijn bijdrage was zo baanbrekend dat het hem de Nobelprijs voor Economie opleverde in 1990.
Markowitz wilde een portefeuille samenstellen voor beleggers die rendement wensten, maar een schommelende return (of volatiliteit) wilden vermijden.
Hij definieerde risico als volatiliteit of variantie.
Zijn grondidee was dat de return van een gediversifieerde portefeuille gelijk zal zijn aan de gemiddelde rendementen van de afzonderlijke posities, en dat de volatiliteit van de totale portefeuille kleiner zal zijn dan de gemiddelde volatiliteit van de afzonderlijke posities.
Het concept om risico en rendement aan elkaar te koppelen, was revolutionair.
De jaren ‘70 van de vorige eeuw waren een nachtmerrie voor beleggers. Tot dan werd risico beoordeeld met het buikgevoel, niet met cijfers.
Agressieve beleggers maximaliseerden hun rendement, conservatieve beleggers kochten obligaties.
In de jaren 1970 raakte de moderne portefeuilletheorie ingeburgerd in kringen van professionele beleggers. Beleggen in een aandelenmandje of een obligatiemandje bood de belegger de mogelijkheid om het risico van zijn portefeuille terug te dringen zonder toegevingen te doen qua rendement.
Een van de grote verdiensten van de moderne portefeuilletheorie was de beschrijving van hoe een mix van aandelen en obligaties het risico en rendement van een portefeuille kunnen veranderen.
Zoals getoond in figuur 1, en verrassend genoeg, houdt een portefeuille met 28 % aandelen en 72 % obligaties minder risico in dan een portefeuille met 100 % obligaties, en biedt hij een hogere return.
De groene lijn (de efficiënte grens) toont de meest efficiënte portefeuilles voor alle verschillende toewijzingen (in %) tussen aandelen en obligaties.
Maar niet alle beleggers zijn bereid om het risico te lopen van een gemengde portefeuille aandelen en obligaties.
Sommige beleggers willen op een deel van hun vermogen helemaal geen risico lopen.
Een belegger die in de jaren ‘70 belegde in nominale obligaties, verloor in een decennium de helft van zijn koopkracht.
Daarom hebben wij er bij CapitalatWork altijd de nadruk op gelegd dat de enige risicovrije beleggingen de aan inflatiegelinkte obligaties zijn (ILB’s).
ILB’s is de enige vermogensvorm die de belegger de zekerheid biedt van een positief reëel rendement.
De combinatie van het risicovrije vermogen (ILB’s) met een gemengde portefeuille aandelen en obligaties biedt beleggers de mogelijkheid om een portefeuille op te bouwen die het gewenste rendement oplevert, terwijl het risico wordt geminimaliseerd.
Figuur 1:
Efficiënte curve
klik hier om te vergroten
Een van de meest geuite punten van kritiek op de moderne portefeuilletheorie is de definitie van risico.
Zit het risico van een belegging werkelijk in haar volatiliteit? Moet ik mij zorgen maken over de volatiliteit wanneer de waarde van mijn belegging stijgt?
Dit zijn terechte vragen. De kern van het risicovraagstuk ligt in het feit dat de mens niet graag leeft met negatieve rendementen. En daar speelt volatiliteit een rol.
Omdat financiële markten in de loop van een jaar sterk kunnen schommelen, is de mogelijkheid verlies te lijden reëel.
Dat geldt vooral voor aandelen, in mindere mate ook voor obligaties.
Dit wordt getoond in figuur 2.
Het is belangrijk om in te zien dat de verschillen in volatiliteit verkleinen wanneer de beleggingsperiode langer wordt.
Over een langere tijdspanne worden de verschillen qua volatiliteit tussen obligaties en aandelen verwaarloosbaar.
Sterker nog: er waren nog nooit periodes van twintig jaar waar een belegging in aandelen of obligaties een negatief rendement kenden.
Dat is waarom het aspect beleggingsperiode heel belangrijk wordt wanneer wordt beslist over de diversificatie van de portefeuille.
Zoals blijkt uit figuur 2, beweegt de befaamde efficiënte curve, zoals die werd beschreven in het begin van dit artikel, naar links (= lager risico) wanneer de beleggingsperiode langer wordt.
Dat wil zeggen dat het risico om hetzelfde rendement te halen, verkleint wanneer uw beleggingsperiode langer wordt.
Ook wordt het gedeelte aandelen in een gediversifieerde portefeuille groter wanneer de beleggingsperiode langer wordt.
Figuur 2:
Risicovermindering met de tijd
klik hier om te vergroten
Diversificatie, de enige ‘Free Lunch’ op de financiële markten
De overweldigende bewijslast toont aan dat de combinatie van een gediversifieerd aandelenmandje met een gediversifieerd obligatiemandje en een gediversifieerd mandje ILB’s bij een bepaald rendement het risico sterk reduceert.
Bovendien wordt deze stelling nog duidelijker wanneer u deze bevindingen combineert met de beleggingsperiode.
Tijd is voor de realisatie van uw financiële doelstellingen belangrijker dan timing.