Beleggingsfilosofie
- Langdurig beter presterende ondernemingen
- Ondernemingswaardering
- Portefeuillesamenstelling
- Time at Work
Vermogensrendementen in het verleden
Een van de valstrikken op de financiële markten van vandaag is de sterke kortetermijngerichtheid die de ondernemingen wordt oplegd.
Ondernemingen publiceren hun kwartaalresultaten, waardoor een aantal onder hen er te veel belang aan gaan hechten.
Eveneens hechten beleggers te veel belang aan deze kortetermijnresultaten en evalueren ze hun vermogensbeheerders veelal op nog kortere termijnen.
Het lijkt alsof iedereen zijn respect verliest voor het overweldigende belang van de factor tijd op de financiële markten.
CapitalatWork wenst op een andere manier met haar klanten samen te werken.
Vooraleer onze andere houding te verklaren, nemen we eerst een kijkje op de de in het verleden behaalde rendementen.
Het referentiewerk over rendementen in het verleden is geschreven door professor Jeremy Siegel, ‘Stocks for the long run’.
Dit boek willen we al wie belangstelling heeft voor beleggen sterk aanbevelen.
Figuur 1 toont de jaarlijkse rendementen op de aandelenmarkten in de Verenigde Staten van 1802 tot 1997.
De meest verrassende vaststelling is het stabiele karakter van de reële return (=nominale return - inflatie) van 7 % van de beleggingen in aandelen in de periodes 1802 - 1997 of 1871 - 1997, of de drie belangrijke deelperiodes.
Deze langetermijnstabiliteit is opmerkelijk wanneer je rekening houdt met de sterke verschillen tussen deze twee eeuwen.
Dat sluit niet uit dat in kortere beleggingshorizons de rendementen kunnen fluctueren.
Zeer opmerkelijk in dit verband zijn de verschillen in reëel rendement in de periodes 1966 - 1981 en 1981 - 1997.
Het blijkt dat in kortere periodes van 15 jaar de rendementen hevig kunnen schommelen.
Toch verbergen deze schommelingen niet dat er in het investeringsgebeuren een onmiskenbare gemiddelde waarde of stabiliteit aanwezig is. Getuige hiervan is het feit dat van 1966 tot 1997 (een periode die twee verschillende deelperiodes beslaat) de reële return van 6 % zich in de nabijheid bevindt van het langetermijngemiddelde van 7 %.
Figuur 1:
Aandelenrendementen in het verleden
Ook een analyse van de obligatierendementen leidt tot interessante conclusies.
Uit tabel 2 blijkt dat het gemiddelde reële obligatierendement de voorbije twee eeuwen 3,5 % bedroeg.
Maar, anders dan bij de reële aandelenrendementen in de drie belangrijke deelperiodes, vinden we hier niet dezelfde stabiliteit terug.
In werkelijkheid is de reële return voor vastrentende effecten van 1926 tot 2006 sterk gedaald, van 4,8 % tot 2 %.
Ook kan de stelling dat vastrentende effecten een veiliger belegging zijn, in het licht van de naoorlogse periode 1966 - 1981 in twijfel worden getrokken.
Het reële rendement van vastrentende effecten bedroeg in die periode - 4,2 %.
Beleggers in obligaties verloren in die rampzalige periode de helft van hun koopkracht.
Gedaan met de illusie van veiligheid van vastrentende effecten dus, zelfs over een periode van 15 jaar. Voor beleggers met een langetermijnvisie is de dominantie van aandelen op obligaties overweldigend.
Figuur 2:
Reële obligatierendementen