De financiële markten zijn de voorbije jaren sterk gestegen, ondersteund door een krachtige winstgroei en het enthousiasme rond artificiële intelligentie. Maar achter die positieve dynamiek tekenen zich ook een aantal ontwikkelingen af die de aandacht van beleggers verdienen: een toenemende concentratie in de beursindices, een grote blootstelling aan technologie en AI, en een groeiend verschil tussen boekhoudkundige winsten en de reële cashflowgeneratie van bedrijven.

Lees de transcriptie van de video
Erwin, hoe kijk jij vandaag naar de beleggingswereld?
Een van de belangrijkste trends van de voorbije vijftien jaar is zonder twijfel de sterke stijging van de financiële markten. Sinds de grote financiële crisis van 2008-2009 zijn de beurzen fors gestegen. Na Covid werd die beweging nog versterkt door de aanzienlijke fiscale stimuli. De Engelse uitdrukking “A rising tide lifts all boats” vat die periode goed samen. In zo’n omgeving hoefde je de voorbije jaren geen genie te zijn om goede rendementen op de aandelenmarkten te behalen.
Ook de sterke opkomst van passief beheer heeft daar de afgelopen vijftien jaar toe bijgedragen. Beleggen in indices is vandaag bijzonder toegankelijk, onder meer dankzij verschillende beleggingsplatformen en het groeiende aanbod aan ETF’s.
Het is daarom belangrijk dat beleggers deze evoluties begrijpen, maar vooral ook wat de mogelijke gevolgen ervan zijn voor hun portefeuille.
Een van de zaken die vandaag opvallen, is de hoge concentratie in de beursindices. Waarom is dat belangrijk voor beleggers?
Omdat concentratie ook kan wijzen op een gebrek aan diversificatie. En voldoende diversificatie blijft een van de belangrijkste uitgangspunten voor een langetermijnbelegger. Kijken we bijvoorbeeld naar de MSCI World Index, dan zien we dat Amerikaanse aandelen ongeveer 65 tot 70% van de index vertegenwoordigen.
Dat hoeft op zich niet goed of slecht te zijn, maar het betekent wel dat de blootstelling aan één markt bijzonder groot is. Als de Amerikaanse aandelenmarkt op een bepaald moment minder goed presteert, kan dat dus een aanzienlijke impact hebben op de volledige index.
Die concentratie gaat bovendien verder dan alleen de geografische spreiding. Ook op sectorniveau zien we vandaag een bijzonder sterke concentratie. Technologie vertegenwoordigt ongeveer 35% van indices zoals de S&P 500 en de MSCI World. Dat zijn historisch hoge niveaus.
Daarmee ontstaat ook een aanzienlijke blootstelling aan alles wat met technologie en artificiële intelligentie te maken heeft. En het is zeker niet alleen een Amerikaans fenomeen.
We zien dezelfde tendens in Europa, de emerging markets en andere regio’s. De toenemende concentratie van beursindices is vandaag een wereldwijd fenomeen.
Iedereen heeft vandaag de mond vol van artificiële intelligentie. AI is ook een belangrijk thema geworden op de financiële markten. Hoe moet een belegger daarnaar kijken?
De AI-boom is intussen al enkele jaren aan de gang en wordt gekenmerkt door een aantal heel specifieke ontwikkelingen.
Een belangrijke rol is weggelegd voor de zogenaamde hyperscalers, grote technologiebedrijven zoals Microsoft, Google, Amazon en Meta. Zij investeren enorme bedragen in de infrastructuur die nodig is om het AI-ecosysteem verder uit te bouwen.
We bevinden ons dan ook midden in een omvangrijke CapEx-cyclus, waarbij de investeringsbudgetten kwartaal na kwartaal zijn toegenomen. Het gaat daarbij niet alleen om AI zelf, maar ook om de uitbouw van cloud- en data-infrastructuur waarop toekomstige AI-toepassingen kunnen draaien. De investeringen van deze grote technologiebedrijven vormen tegelijkertijd de inkomsten van een veel breder ecosysteem van ondernemingen, waaronder producenten van semiconductors, hardwarebedrijven en softwarebedrijven. Daardoor ontstaat een sterke verwevenheid tussen bedrijven binnen het AI-ecosysteem.
Dat brengt ons opnieuw bij het concentratierisico. Wanneer we niet alleen naar de hyperscalers kijken, maar naar het volledige ecosysteem rond AI, spreken we opnieuw over een bijzonder grote concentratie rond één thema. Vandaag vertegenwoordigen bedrijven die rechtstreeks of onrechtstreeks aan dat thema verbonden zijn een zeer aanzienlijk deel van de beursindices.
Een van de drijvende krachten achter de sterke beurzen is ongetwijfeld de forse winstgroei van de voorbije jaren. Hoe moeten beleggers die ontwikkeling interpreteren?
De winstgroei is inderdaad spectaculair. Wanneer we het tweede kwartaal van dit jaar vergelijken met dezelfde periode vorig jaar, zien we een winstgroei van ongeveer 50%. Voor heel 2026 gaat het tegenover 2025 om een stijging van ongeveer 30%.
Dat heeft ook een effect op de waarderingen. Terwijl de winsten sterk zijn gestegen, zijn de beurskoersen veel minder snel toegenomen. Optisch lijken aandelen daardoor goedkoper dan een jaar geleden.
Maar daar komen we bij een belangrijk punt: winst is niet hetzelfde als cashflow.
De enorme investeringen waarover we het daarnet hadden, hebben een aanzienlijke impact op de vrije kasstromen van bedrijven. Wanneer we rekening houden met de CapEx van de grote technologiebedrijven, zien we dat een aanzienlijk deel van hun cashflow opnieuw wordt geïnvesteerd.
Een analyse die uitsluitend naar de huidige free cashflow kijkt, kan echter ook te oppervlakkig zijn. Het uitgangspunt van deze grote investeringscyclus is immers dat de investeringen op langere termijn tot hogere winsten en cashflows zullen leiden. Bij sommige bedrijven zien we daar vandaag al de eerste resultaten van, terwijl andere dat potentieel nog moeten waarmaken.
Daarom is het bij de waardering van ondernemingen belangrijk om het onderscheid tussen winst en free cashflow goed te begrijpen.
Ook boekhoudkundige elementen kunnen winstcijfers tijdelijk beïnvloeden. Niet elke gerapporteerde winststijging vertaalt zich automatisch in extra cashflow. Een deel kan bijvoorbeeld voortkomen uit herwaarderingen van participaties of andere eenmalige effecten.
Voor beleggers is het daarom belangrijk verder te kijken dan de headline-cijfers en te begrijpen hoeveel cash een onderneming daadwerkelijk genereert.
Als we al deze elementen samenbrengen, wat is dan jouw belangrijkste conclusie voor beleggers?
Wanneer we alle puzzelstukken samenleggen, ontstaat een omgeving die bijzonder interessant is voor actief beheer.
We hebben vandaag te maken met een sterke concentratie op verschillende niveaus van de aandelenmarkten. Tegelijk wordt een belangrijk deel van de positieve marktdynamiek gedragen door één bijzonder krachtig thema: artificiële intelligentie. Een thema dat nog jarenlang een rol kan spelen, maar dat ook een aantal risico’s met zich meebrengt die beleggers nauwlettend moeten opvolgen.
Een markt die in sterke mate door één thema wordt gedreven, wordt immers ook kwetsbaarder.
Daar komt het belangrijke onderscheid tussen boekhoudkundige winst en free cashflow bij. Voor beleggers die ondernemingen willen waarderen, is het essentieel om niet alleen naar gerapporteerde winsten te kijken, maar vooral naar de onderliggende cashflowgeneratie.
Precies daarin ligt de toegevoegde waarde van actief beheer: bedrijven individueel analyseren, begrijpen wat er achter de cijfers zit, waarderingen kritisch beoordelen en bewuste keuzes maken in plaats van automatisch de samenstelling van een index te volgen.
In een markt die steeds sterker geconcentreerd raakt en waarin artificiële intelligentie een steeds grotere rol speelt, wordt het belangrijker dan ooit om voorbij de indices te kijken en de fundamenten van individuele bedrijven centraal te stellen.
