20.09.2019

Over verwachte rendementen gesproken…

Het kan u niet ontgaan zijn. De intresten die u ontvangt als belegger zijn historisch laag. Wereldwijd dragen Centrale Banken hier doelbewust toe bij om bedrijfs- en particuliere investeringen te stimuleren, om de consument te bewegen tot consumptie en zo de economie te ondersteunen uit vrees voor een eventuele recessie. Een wereldwijde recessie is evenwel niet gegarandeerd. De Amerikaanse economie blijft sterk presteren. En in Europa en China worden fiscale stimuli voorbereid voor het geval de groeivertraging verder zou toenemen.

Expliciet wordt melding gemaakt dat de rentes nog zeer lang zeer laag zullen blijven. Op spaargeld ontvangt u de wettelijke 0.11% maar hoelang zal dit nog blijven duren onder druk van de banken? Enkel een buffer cash opportunistisch aanhouden, lijkt dan ook de logica zelve. Voor onvoorziene of geplande uitgaven, of om te kunnen inspelen op opportuniteiten als investeerder.

30% van de bestaande staatsobligaties heeft op vandaag een negatief rendement. De helft loopt momenteel aan rentes onder de 1%. Uitschieter is de Duitse staatsobligatie: circa -0,70%  op 10 jaar. De omgekeerde wereld dus, u betaalt 10 jaar lang circa 0,70% aan Duitsland om uw geld daar te ‘mogen’ parkeren. In de Verenigde Staten daalde de 10-jaarsrente van 3,25% naar 1,60%.

Bedrijfs- en hoogrentende obligaties en obligaties in een aantal vreemde munten brengen ietwat soelaas. Maar de spread (meerrendement omwille van het hogere risico ten opzichte van staatsobligaties) is ook niet heiligmakend. Een goede mix van obligaties met een fundamenteel deel vreemde munten zal u op een looptijd van 5 jaar een kleine 2% rendement opleveren.

De gouden tijden voor obligatiebeleggers lijken daarmee ver weg. Dergelijke lage rendementen met daartegenover ook een aantal risico’s (emittent, munt, liquiditeit, rente-evolutie…) zijn echt niet meer gegeerd zou u denken. Toch blijven beleggers obligaties kopen. Niet gek, ze blijven immers bescherming bieden tegen de volatiliteit in een effectenportefeuille.

Wat zijn de alternatieven?

Het gemiddeld dividendrendement voor aandelen bedraagt 3 %. Weet dat onder normale omstandigheden beursgenoteerde bedrijven hun dividendbeleid minstens stabiel wensen te houden. Daarnaast kan een deel meerwaarde worden gerealiseerd op de beurskoers op langere termijn. De cash-flows die bedrijven de komende jaren zullen genereren worden nooit volledig uitgekeerd als dividend: een bedrijf zal investeren, kredieten terugbetalen, eigen aandelen inkopen… Deze meerwaarde komt rechtstreeks toe aan de aandeelhouder. We spreken op vandaag over een verwacht rendement van om en bij de 6% voor aandelen, waarvan het dividendgedeelte jaarlijks zeer zichtbaar is.

Een goede vermogensbeheerder kan u vertellen in welke bedrijven u best investeert, dit na een grondige fundamentele analyse van het bedrijfsmodel, het management, de balans, de schuldgraad en toekomstige winstcijfers. En is daar best ook volledig transparant in.

Ook de liquiditeit van aandelen is een zeer belangrijke troef. Op elk moment kan u met andere woorden uw participatie verkopen of switchen, zonder al te grote kosten.

Bij aandelen van familiale (niet-beursgenoteerde) bedrijven focust de bedrijfsleider meestal op een ‘return on equity’ van minstens 20%. Hard labeur en risico moeten terecht correct vergoed worden. Weliswaar is als belegger de toegang tot de meeste familiebedrijven onbestaande of kan dit enkel via Private Equity fondsen die onderliggend een aantal participaties opnemen. De instapdrempel is meestal hoog, de spreiding minder groot en het risico een stuk groter. De liquiditeit ontbreekt meestal volledig. Heb je je centen terug nodig, dan kan je niet zomaar je participatie verkopen. Weet dus waaraan je begint.

Goud geeft geen coupon, is niet waardeerbaar en wordt meestal enkel gebruikt als vluchtactief in onzekere tijden. Daarom zou goud geen groot deel van een vermogen mogen uitmaken.

Vastgoed past in ieders vermogen, maar heeft een aantal specifieke kenmerken: weinig liquiditeit en spreiding is ook veel moeilijker gezien de grootte van de investeringen. Tenzij u in beursgenoteerd vastgoed investeert. Verhuur-rendementen liggen gemiddeld genomen tussen 2 en 3%.

Conclusie

Aandelen lijken op vandaag de beste keuze als het gaat over verwacht rendement. Maar rendement is niet het enige criterium op basis waarvan u beslist om te investeren. Beperking van de volatiliteit (tussentijdse schommelingen) en een gerust gemoed zijn voor velen even belangrijk. Daarom spreidt u uw vermogen ook best over andere activaklassen in uw vermogen, zoals obligaties, ook al is de rente op vandaag zeer laag. Onder de Europese Mifid II wetgeving dient elke adviseur nauwgezet toe te zien op een goede risicospreiding conform het profiel van elke investeerder.

En niet te vergeten: spreiding blijft de gouden sleutel ter bescherming van uw vermogen!

 

Bart Mortier

Directeur Oost- en West-Vlaanderen

Artikel gepubliceerd in Voka Ondernemers