Inflatie wordt vaak toegeschreven aan recente crisissen zoals Covid-19 of geopolitieke spanningen. In deze video (in het Engels, met ondertiteling) licht Christophe Van Canneyt, Chief Economist, toe hoe vijf structurele trends de wereldeconomie ingrijpend veranderen: deglobalisering, demografie, decarbonisatie, digitalisering en schuld. Begrijpen hoe deze krachten werken, is essentieel om de koopkracht te beschermen en beleggingsportefeuilles voor te bereiden op een wereld waarin inflatie structureel hoger kan blijven dan verwacht.

Lees de transcriptie van de video
Inflatie blijft een belangrijk thema, zowel voor beleggers als voor de samenleving als geheel. Wanneer we naar de prijsontwikkeling van de voorbije jaren kijken, valt één vaststelling meteen op: in België ligt het algemene prijsniveau vandaag ongeveer 28% hoger dan eind 2019. Eenzelfde tendens zien we in een groot deel van de westerse wereld. In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk liggen de prijzen zelfs ongeveer 30% hoger dan voor de pandemie.
Vaak worden Covid-19, de oorlog in Oekraïne of de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten aangehaald als verklaring voor deze prijsstijgingen. Deze gebeurtenissen hebben ongetwijfeld een belangrijke rol gespeeld, vooral via hogere energieprijzen die uiteindelijk hun weg vonden naar de consument.
Toch volstaat die verklaring niet. De olieprijs bevindt zich vandaag immers ongeveer op hetzelfde niveau als eind 2019, terwijl de prijzen voor goederen en diensten veel hoger liggen. Ook al blijft aardgas in Europa duurder dan voor de pandemie, dan nog verklaart dat niet waarom ook landen zoals de Verenigde Staten met een hardnekkige inflatie blijven kampen.
Er zijn dus andere, meer fundamentele krachten aan het werk.
De 5 factoren die de inflatie beïnvloeden
Deglobalisering
Decennialang werd de wereldeconomie gekenmerkt door steeds verdergaande globalisering. Bedrijven konden produceren waar de kosten het laagst waren en maakten gebruik van efficiënte internationale toeleveringsketens.
Vandaag evolueren we naar een meer multipolaire wereld waarin bevoorradingszekerheid vaak belangrijker wordt dan de laagste prijs. Bedrijven diversifiëren hun leveranciers, houden grotere voorraden aan en brengen bepaalde activiteiten dichter bij huis.
Daarnaast zijn er minder mogelijkheden om kosten te verlagen via internationale loonverschillen, terwijl de concurrentie in sommige sectoren is afgenomen. Dat geeft ondernemingen meer prijszettingsmacht.
Deze structurele veranderingen creëren een blijvende opwaartse druk op het prijsniveau.
Demografie
In veel ontwikkelde economieën groeit de bevolking op arbeidsleeftijd nauwelijks nog, of neemt ze zelfs af. Daardoor wordt arbeid schaarser en krijgen werknemers opnieuw meer onderhandelingsmacht.
Hogere lonen zijn op zich een positieve ontwikkeling, maar ze verhogen ook de kosten voor bedrijven. Die kosten worden vaak doorgerekend in de prijzen van goederen en diensten.
Daarnaast zorgt de vergrijzing voor een toenemende vraag naar gezondheidszorg, waardoor de kosten in die sector sneller stijgen dan in vele andere domeinen van de economie.
Decarbonisatie
De energietransitie kan op lange termijn leiden tot lagere en stabielere energieprijzen. Maar voordat die voordelen zichtbaar worden, zijn aanzienlijke investeringen nodig.
De uitbouw van hernieuwbare energie-infrastructuur en de modernisering van ons energiesysteem blijken duurder en complexer dan aanvankelijk werd gedacht. Deze investeringen zorgen vandaag voor hogere kosten.
Omdat energie een essentiële grondstof is voor vrijwel elke economische activiteit, werken hogere energiekosten door in de hele economie.
Digitalisering
De snelle opkomst van artificiële intelligentie en de digitalisering van onze economie hebben geleid tot een sterke toename van investeringen in technologie. De wereldwijde vraag naar computerchips en rekenkracht is explosief gestegen, waardoor ook de prijzen van halfgeleiders zijn toegenomen.
Dat is belangrijk, want chips zitten vandaag in bijna alles wat we gebruiken: smartphones, laptops, auto’s, huishoudtoestellen en vele andere producten.
Ook deze ontwikkeling draagt dus bij aan de inflatiedruk.
Schuld
De vijfde factor wordt vaak vergeten, terwijl hij volgens ons van cruciaal belang is: schuld.
Na de financiële crisis van 2008 en de Europese schuldencrisis pompten overheden en centrale banken massaal liquiditeiten in het financiële systeem. Dat moest de economie ondersteunen en de financieringskosten voor overheden beheersbaar houden.
Die overtollige liquiditeit is jarenlang in omloop gebleven. Vandaag blijft ze aanwezig in het economische systeem en versterkt ze de inflatoire druk die door andere structurele factoren wordt veroorzaakt.
In zekere zin betalen we vandaag nog altijd de prijs voor de uitzonderlijke maatregelen die genomen werden om eerdere crisissen op te vangen.
Wat betekent dit voor beleggers?
De impact van inflatie op het reële rendement van beleggers mag niet worden onderschat.
Eind 2019 bedroeg de rente ongeveer 1%. Tegelijkertijd stegen de prijzen in België met ongeveer 28%. Beleggers die voornamelijk in klassieke obligaties investeerden, zagen daardoor een aanzienlijk deel van hun koopkracht verdwijnen.
Bij CapitalatWork zijn we al geruime tijd van mening dat inflatie structureler is dan de markten aanvankelijk verwachtten. Daarom hebben wij een belangrijk deel van onze obligatieportefeuilles belegd in inflatiegelinkte obligaties.
Deze obligaties bieden een natuurlijke bescherming tegen inflatie, omdat hun rendement gekoppeld is aan de evolutie van het prijsniveau. Ze hebben de voorbije jaren dan ook aanzienlijk beter gepresteerd dan traditionele obligaties.
We blijven deze beleggingen aanhouden omdat we verwachten dat de inflatie in de toekomst hoger zal blijven dan momenteel in de markt wordt verrekend.
De beste bescherming tegen inflatie
Uiteindelijk blijft de meest doeltreffende bescherming tegen inflatie het bezit van kwaliteitsvolle bedrijven met een sterke prijszettingsmacht.
Ondernemingen die hogere kosten voor arbeid, grondstoffen, technologie of toeleveringsketens kunnen doorrekenen aan hun klanten, zijn beter in staat hun marges en winstgevendheid te beschermen.
Voor beleggers vormen dergelijke bedrijven een krachtige buffer tegen de erosie van koopkracht. Daarom blijft prijszettingsmacht een essentieel criterium binnen onze aandelenselectie.
